Ga direct naar de hoofdinhoud

Doel 1 - Je kunt de verschillende organen van een plant herkennen en benoemen

Een plant bestaat uit verschillende organen. Je zoekt uit welke organen dit zijn.


Doel 2 - Je kunt per orgaan benoemen wat de belangrijkste functies daarvan zijn

Plantenorganen hebben een functie voor de plant. Je zoekt uit wat deze functies zijn.

  • Bronnen:
    • Symbiose 5.1
    • Symbiose 5.2
    • Symbiose 5.3
    • Bekijk tijdens de les een bonenplant in een potje  (vraag docent of TOA)
  • Test jezelf:

Checkmoment - de basis

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. 

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een schematische tekening van een plant (laat zien wat de verschillende organen en bijbehorende functies zijn)
    • Maak een mindmap (laat zien wat de verschillende organen en bijbehorende functies zijn)
    • Maak tijdens de les deze toets (vraag je docent om het wachtwoord)

---

 

De levenscyclus van een zaadplant

Doel 1 - Je kunt de vijf stadia van de levenscyclus van een zaadplant herkennen en benoemen

Planten hebben een levenscyclus. Je gaat onderzoeken uit welke onderdelen de levenscyclus van een plant bestaat


Doel 2 - Je weet wat het verschil is tussen een eenjarige plant, een tweejarige plant en meerjarige planten

Niet elke plant heeft eenzelfde levenscyclus. Je gaat een aantal typen levenscycli onderzoeken.


Doel 3 - Je weet wat een overblijvende plant is en je begrijpt hoe deze verschillen van meerjarige planten

Je leert nog een vierde type levenscyclus kennen. Dit type lijkt een beetje op de cyclus van een meerjarige plant, maar toch is er een belangrijk verschil.


Doel 4 - Je kunt de onderdelen van de bruine boon en mais herkennen en benoemen en je weet wat de functie van elk onderdeel is

Een belangrijk onderdeel van de levenscyclus van een plant is de ontkieming. Je gaat onderzoeken hoe die ontkieming werkt. Je maakt een onderscheid tussen eenzaadlobbige- en tweezaadlobbige planten.


Doel 5 - Je kunt de belangrijkste verschillen tussen eenzaadlobbige- en tweezaadlobbige planten benoemen

Eenzaadlobbige- en tweezaadlobbige planten verschillen in de manier van ontkiemen. Als je naar andere kenmerken van deze twee typen planten kijkt zie je dat er ook andere verschillen zijn. Je onderzoekt de belangrijkste uiterlijke kenmerken van de twee typen planten.

  • Bronnen:
    • Symbiose 5.10
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.10 – opdracht 5, 6 (let op pas nakijken als je doel 4 en doel 5 hebt afgerond)

Checkmoment - de levenscyclus van een zaadplant

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. Als de opdracht is afgevinkt mag je door naar het volgende deel.

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een poster (minimaal A4-formaat) met tekeningen en uitleg
    • Maak een mindmap
    • Maak een filmpje
    • Maak een samenvatting
    • Maak tijdens de les deze toets (vraag je docent om het wachtwoord)

Extra

  •  Een zelfgemaakt filmpje door Janne en Maud (S1C) ingeleverd als checkmoment

als het filmpje hieronder niet werkt kan je het zien via deze link: https://drive.google.com/file/d/0B4V4uFBSwwa0UXFNWVJRaGdWUU0/view 

 

 

----

 

Wortels en vaatbundels

Doel 1 - Je kunt drie verschillende functies van wortels benoemen

Je hebt de verschillende functies van de plantenorganen al leren kennen bij de basis. Wat waren de functies van wortels ook alweer?

 

Doel 2 - Je kunt twee verschillende typen wortelstelsels herkennen en benoemen en je weet wat een penwortel is

Wortels zien er soms verschillend uit. Je leert verschillende typen wortelstelsels kennen.

  

Doel 3 - Je kunt uitleggen hoe planten water en mineralen opnemen uit de grond

Wortels kunnen water en mineralen uit de grond opnemen. Maar hoe doen ze dat eigenlijk?

  

Doel 4 - Je kunt uitleggen hoe een wortel groeit

  • Bronnen:
    • Symbiose 5.2
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.2 - opdracht 4 (let op pas nakijken als je doel 2, 3, 4 en 6 hebt afgerond)
    • Test jezelf

 

Doel 5 - Je kunt de typen vaatbundels benoemen en je weet welke stoffen erdoor worden vervoerd (en in welke richting)

 

Doel 6 - Je kunt de onderdelen van wortels herkennen en benoemen en je weet wat de functie van elk onderdeel is

  • Bronnen:
    • Symbiose 5.2
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.2 - opdracht 5 (let op pas nakijken als je doel 2, 3, 4 en 6 hebt afgerond)

 

Checkmoment - de wortels en vaatbundels

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. Als de opdracht is afgevinkt mag je door naar het volgende deel.

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een poster (minimaal A4-formaat) met tekeningen en uitleg
    • Maak een samenvatting mét tekeningen
    • Maak een filmpje
    • Maak tijdens de les een toets via: toets (vraag je docent om het wachtwoord)

>>> ga door naar het volgende onderdeel

 

------

 

Stengels

Doel 1 - Je kunt vier verschillende functies van stengels benoemen

Je hebt de verschillende functies van de plantenorganen al leren kennen bij de basis. Wat waren de functies van stengels ook alweer?

  • Bronnen:
    • Symbiose 5.3
  • Test jezelf:
    • Test jezelf
    • Eduhint 5.3 – 5, 6, 7 en 8 (let op, pas nakijken als je doel 1, 2 en doel 3 van stengels hebt afgerond)

 

Doel 2 - Je kunt uitleggen hoe houtachtige- en kruidachtige planten aan stevigheid komen en welke rol de celwand hierbij speelt

Een gezonde plant staat altijd netjes rechtop. Hoe komt dat? En hoe kan het dat een plant soms niet stevig rechtop staat?

  • Bronnen:
  • Test jezelf:
    • Test jezelf
    • Eduhint 5.3 - opdracht 1 (bekijk de kruidachtige en houtachtige planten in de klas en beantwoord de vragen; let op, pas nakijken als je doel 1, 2 en doel 3 van stengels hebt afgerond)

 

Doel 3 - Je kunt de onderdelen van stengels en stammen herkennen en benoemen en je weet wat de functie van elk onderdeel is

In de stengel van een plant kun je verschillende onderdelen onderscheiden. Je leert welke onderdelen dit zijn en je leert de functie van deze onderdelen kennen.

 

Checkmoment - stengels

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. Als de opdracht is afgevinkt mag je door naar het volgende deel.

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een poster (minimaal A4-formaat) met tekeningen en uitleg
    • Maak een samenvatting mét tekeningen
    • Maak een filmpje
    • Maak tijdens de les een toets via: toets (vraag je docent om het wachtwoord) - de toets komt zo snel mogelijk online

 >>> ga door naar het volgende onderdeel

 

---

 

Bladeren

Doel 1 - Je kunt uitleggen hoe planten door fotosynthese hun eigen voedsel maken en je hoe de betrokken stoffen de plant in en uit gaan

Je leert hoe een plant zijn eigen voedsel maakt. Ook leer je wat er vervolgens met dat voedsel gebeurt. Dit is een uitgebreid en moeilijk doel. De bronnen zijn daarom ingedeeld van makkelijk naar moeilijk.

 

Doel 2 - Je kunt de onderdelen van bladeren herkennen en benoemen en je weet wat de functie van elk onderdeel is

Je leert de verschillende onderdelen kennen en herkennen. Je leert ook wat de functie van elk onderdeel is.

 

Doel 3 - Je kunt uitleggen op welke manieren water uit een plant verdampt en je kunt uitleggen hoe een plant dit tegen gaat

Huidmondjes zijn heel belangrijk voor een plant. Deze zijn het allerbelangrijkste, omdat er koolstofdioxidegas binnen kan komen (belangrijk voor fotosynthese). Verder kan door de huidmondjes ook zuurstof de plant in (verbranding 's nachts) en de plant uit (bij fotosynthese overdag). Helaas kan water ook verdampen via de huidmondjes. Je leert hoe dit water verdampt, wanneer dit sneller gaat en je leert hoe een plant deze verdamping tegen gaat.

  • Bronnen
    • Symbiose 5.5
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.5 - opdracht 1 t/m 5 (bij vraag 5c zijn de resultaten: 4 cm, 5 cm, 4 cm)

 

Doel 4 - Je kunt de beperkende factoren voor fotosynthese benoemen en je kunt uitleggen hoe deze bepalen hoeveel fotosynthese er is

Fotosynthese gaat niet altijd even snel. 's nachts kan een plant zelfs helemaal niet aan fotosynthese doen. Verschillende factoren (invloeden) bepalen of er veel of weinig fotosynthese plaats vindt. Je leert wat deze factoren zijn en je leert ook wat het betekent als een factor beperkend is.

  • Bronnen
    • Symbiose 5.4 (oranje bladzijde)
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.4 - opdracht 8
    • Test jezelf (Moeilijk! Alleen verplicht voor gym+)

 

Checkmoment - bladeren

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. Als de opdracht is afgevinkt mag je door naar het volgende deel.

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een poster (minimaal A4-formaat) met tekeningen en uitleg
    • Maak een samenvatting mét tekeningen
    • Maak een filmpje
    • Maak tijdens de les een toets via:

 

 

 

>>> ga door naar het volgende onderdeel

 

---

 

Bloemen en zaden

Doel 1 - Je kunt de onderdelen van insecten- en windbloemen herkennen en benoemen en je kent de functie van elk onderdeel

 Je leert de verscihllende onderdelen van een bloem herkennen. Je leert dit voor twee verschillende typen bloemen.

1.Presentatie_HV_Bloemen_1301
Powerpoint [2.3 MB]
Download (74 downloads)

 

Doel 2 - Je kunt uitleggen wat bestuiving is en weet hoe bestuiving plaatsvindt bij insecten- en windbloemen

Je leert wat bestuiving is en hoe dat plaatsvindt. 

2.Presentatie_HV_Bestuiving_1301
Powerpoint [3.0 MB]
Download (42 downloads)
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.7 - opdracht 3, 4, 5, 6 en 7 (let op pas nakijken als je doel 3, 4 en 5 hebt afgerond)

 

Doel 3-  Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen tweeslachtige- en eenslachtige bloemen en je weet wat dit voor voortplanting betekent

  • Test jezelff:
    • Eduhint 5.7 - de opdrachten kun je pas maken als je doel 4 ook hebt behandeld (zie doel 4)

  

Doel 4 - Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen eenhuizige- en tweehuizige planten en je weet wat dit voor voortplanting betekent

 

Doel 5 - Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen zelfbestuiving en kruisbestuiving en je kunt beiden vormen herkennen

 

 Doel 6 - Je kunt uitleggen hoe bestuiving tot bevruchting leidt en je weet welke onderdelen van de bloem hierbij betrokken zijn

Je leert wat bevruchting is. En je leert hoe je van bestuiving tot bevruchting komt.

3.Presentatie_HV_Bevruchting_1301
Powerpoint [2.9 MB]
Download (19 downloads)
  • Test jezelf:
    • Eduhint 5.8 - opdracht 1 t/m 4  (let op, pas nakijken als je doel 6 en 7 hebt afgerond)

 

 Doel 7 - Je kunt uitleggen hoe bevruchting leidt tot het ontstaan van zaad en je weet welke onderdelen van de bloem hierbij betrokken zijn

Je leert hoe je van bevruchting tot de ontwikkeling van een zaad komt. Hierbij hoort ook de ontwikkeling van een vrucht. 

  • Bronnen
    • Symbiose 5.8
    • Bekijk eventueel een van de filmpjes die onder het kopje 'extra filmpjes' staat. In deze filmpjes komt de gehele levenscyclus inclusief de ontwikkeling van een zaad en vrucht aan bod.
    • Bekijk de powerpoint:
3.Presentatie_HV_Bevruchting deel 2
Powerpoint [4.5 MB]
Download (14 downloads)

 

 Doel 8 - Je kunt uitleggen op welke drie manieren zaden verspreid kunnen worden

Je leert hoe zaden verspreid kunnen worden

 

Checkmoment - bloemen en zaden

Je gaat nu bewijzen dat je de bovenstaande doelen hebt behaald. Deze opdracht laat je goedkeuren en afvinken door je docent. Als de opdracht is afgevinkt mag je door naar het volgende deel.

  • Kies voor één van de volgende mogelijkheden om te bewijzen dat je de doelen hebt behaald:
    • Maak een poster (minimaal A4-formaat) met tekeningen en uitleg
    • Maak een samenvatting mét tekeningen
    • Maak een filmpje
    • Maak tijdens de les een toets

 

 

Extra test jezelf - hieronder staat een extra test jezelf die over het hele onderdeel van bloemen en zaden gaat. Je hoeft deze niet verplicht te maken. Dit mag natuurlijk wel.

 

 Extra filmpjes - hieronder zie je een aantal filmpjes waarin je de gehele levenscyclus van een bepaalde plant ziet. 

 http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-een-tomaat-het-groeiproces-van-zaadje-tot-tomaat/

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-courgette-het-hele-groeiproces-van-zaadje-tot-eetbare-courgette/

http://www.schooltv.nl/video/de-erwt-zo-groeien-peultjes/#q=fotosynthese

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeien-uien-het-hele-groeiproces-van-zaadje-tot-ui/

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-een-aardappel-het-groeiproces-van-de-aardappel/

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeien-aardbeien-niet-de-zaadjes-zijn-belangrijk-maar-de-uitlopers/

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-een-asperge-het-hele-groeiproces-van-zaadje-tot-asperge/#q=hoe%20groeit%20een

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-een-paardenbloem-wist-je-dat-die-mooie-pluizenbol-ook-een-paardebloem-is/#q=hoe%20groeit%20een

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-bloemkool-wat-heeft-bloemkool-met-een-bloem-te-maken/#q=hoe%20groeit%20een

http://www.schooltv.nl/video/hoe-groeit-mais-het-hele-groeiproces-van-maiskorrel-tot-maiskolf/#q=hoe%20groeit%20een

http://www.schooltv.nl/video/de-pindaplant-hoe-groeit-een-pinda/#q=hoe%20groeit%20een

Maak jouw eigen website met JouwWeb